-
1 schaap
1 [dier] sheep2 [weerloos persoon] lamb3 [onnozel persoon] silly thing/billy♦voorbeelden:〈 spreekwoord〉 als er één schaap over de dam is, volgen er meer • if one sheep leaps over the ditch, all the rest will follow2 arm schaap! • (you) poor thing!, (you) poor lamb! -
2 arm
arm1〈de〉1 [ledemaat] arm3 [ledemaat bij dieren] paw4 [leuning van een zitmeubel] arm♦voorbeelden:1 een gebroken arm • a broken/fractured armgespierde armen • muscular arms〈 figuurlijk〉 met open armen ontvangen • receive/welcome with open armshij sloeg zijn armen om haar heen • he threw his arms around herzijn arm uit de kom trekken • put one's shoulder outzij liepen arm in arm • they walked arm in arm〈 figuurlijk〉 iemand in de arm nemen • call in someone 〈 bijvoorbeeld politie〉; consult someone 〈advocaat/arts〉; engage someone————————arm21 [behoeftig, bezitloos] poor♦voorbeelden:ik ben er twintig gulden armer op geworden • it set me back twenty guildershet arm hebben • be badly offarm worden • be reduced to povertyde armen en de rijken • the rich and the poor4 het arme schaap • the poor thing/soul -
3 arm schaap!
arm schaap!(you) poor thing!, (you) poor lamb! -
4 arme stumper
arme stumperpoor wretch/fellow; 〈 vrouw, kind〉 poor thing -
5 stumper
1 [stakker] wretch♦voorbeelden: -
6 mens
I 〈de〉2 [meervoud] [personen] people3 [meervoud] [medewerkers] people4 [type] person♦voorbeelden:de grote mensen • grown-upsde inwendige mens versterken • fortify the inner manik ben ook maar een mens • I'm only humandat doet een mens goed • that does you gooddoor mensen gemaakt • man-madegeen mens • not a soulsommige mensen leren het nooit! • some people never learn!we verwachten vanavond mensen • we're expecting people tonightzeg dat niet als er mensen bij zijn! • don't say that when there are people around!onder de mensen komen • get out and about, see peoplehij is een van de mensen die … • he is one of those (people) who …(eenvoudige) mensen als wij • (simple) people/folk like usik ben geen mens om … • I'm not one/a person to …¶ 〈tegen vrienden e.d.〉 de groetjes mensen! • bye, folks!, see you, everybody!alle mensen! • goodness (gracious/me)!II 〈 het〉♦voorbeelden:1 het arme mens is doodziek • the poor thing/creature is awfully illhet is een braaf/best mens • she's a good (old) souleen enig/leuk mens • a marvellous/nice personik kan dat mens niet uitstaan • I can't stand that creature〈 informeel〉 mens, pas toch op • do watch out, won't you! -
7 beklagen
1 [medelijden uiten] pity♦voorbeelden:II 〈wederkerend werkwoord; zich beklagen〉1 [een klacht indienen] complain (to someone) ⇒ make a complaint (to someone), lodge a complaint (with someone) -
8 het arme mens is doodziek
het arme mens is doodziekthe poor thing/creature is awfully illVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het arme mens is doodziek
-
9 het arme schaap
het arme schaapthe poor thing/soulVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het arme schaap
-
10 je bent wel te beklagen
je bent wel te beklagen〈 ook schertsend〉 my heart bleeds for you!, you poor thing!Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > je bent wel te beklagen
-
11 menslief
-
12 zaak
8 [staatskwestie] affair9 [belang dat men behartigt] cause♦voorbeelden:1 het is de gewoonste zaak ter wereld om … • it is the most natural thing in the world to …algemene zaken • general affairszich met zijn eigen zaken bemoeien • mind one's own businessgemene zaak maken met iemand • be in league/collusion with someoneonverrichter zake terugkeren • return without having achieved one's aim; 〈 met niets verkregen〉 come back empty-handedhoe staan de zaken? • how are things?iemands zaken waarnemen/behartigen • look after someone's affairsdat is jouw zaak • that is your concerneen zaak van gewicht • a matter of (some) importanceeen zaak van ondergeschikt belang • a minor matter/pointde zaak in kwestie • the matter at hand3 goede zaken doen (met iemand) • do good business/trade (with someone)er worden goede zaken gedaan in … • trade is good in …zaken zijn zaken • business is businessin zaken gaan • go into businessover zaken spreken • talk businesshij is hier voor zaken • he is here on businesseen zaak runnen/hebben • run a businessik ben de hele dag op de zaak • I am at work all day; 〈 met betrekking tot een winkel〉 I am at the shop all dayeen auto van de zaak • a company carweten hoe de zaken ervoor staan • know how things stand/what the score isnu de zaken er zo voor staan • things being as they are, now things have come to this, such being the casewat is zijn rol in de zaak? • where does he fit/come in?de zaak is deze … • the point is …ter zake doen • 〈 belangrijk zijn〉 matter, be to the point; 〈 van invloed zijn〉 be significant; 〈 betrekking hebben〉 be relevantter zake komen • come to the pointdat doet hier niet(s) ter zake • that is irrelevant/beside the pointkennis van zaken hebben • know one's factszeker zijn van zijn zaak • be sure of what one's doingde zaak Menten • the Menten case8 Binnenlandse Zaken • Domestic/Internal AffairsBuitenlandse Zaken • Foreign Affairslopende zaken • current business, business in handvechten voor een verloren/hopeloze zaak • fight for a lost cause, fight a losing battle¶ het is zaak om … • the thing is to …niet veel zaaks zijn • be not up to much, be not a lot of good, be poor/indifferent, be a poor show/affair -
13 bloedje
1 (poor) little thing/mite♦voorbeelden: -
14 stakker
-
15 bloedje
n. poor little thing -
16 leren
leren1〈bijvoeglijk naamwoord; alleen attributief〉1 leather♦voorbeelden:————————leren21 [kundigheid, kennis verwerven (van)] learn ((how) to do)2 [doen inzien] teach♦voorbeelden:een vak leren • learn a tradedat moet je leren eten • that's an acquired tasteiemand leren kennen • get to know someoneop dat gebied kun je nog heel wat van hem leren • he can still teach you a thing or twowe kunnen van hem nog wel iets leren • we still have something to learn from himmet iets leren leven • learn to live with somethingleren lopen • learn to walkhij wil leren schaatsenrijden • he wants to learn (how) to ice-skatehij leert moeilijk/vlot • he's a slow/fast learnersommige mensen leren het nooit • some people just never learniets perfect leren (beheersen) • master somethingdoor ervaring leren • learn by experienceeen mens is nooit te oud om te leren • one is never too old to learnuit die roman leren we dat … • that novel teaches us that …van zijn ervaringen leren • learn from one's experiencesiets al doende leren • pick something up as you go alongiets van buiten/uit het hoofd leren • learn something by heart2 de ervaring leert … • experience teaches …dat zal je leren • that'll teach youik zal je leren (dat arme dier te plagen) • I'll teach you (to tease that poor animal)3 haar kinderen kunnen goed/niet leren • her children are good/no good at schoolvoor dokter leren • study to be a doctorhij heeft weinig geleerd • he's had little (formal) schoolingII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [onderrichten omtrent] teach (something to someone/someone (how) to do something)♦voorbeelden:iemand leren lezen en schrijven • teach someone to read and write2 waar heb jij zo leren vloeken? • where did you pick up such swearwords?hij leert het al aardig • he's beginning to get the hang of it -
17 onderkruiper
1 [beunhaas] rat2 [werkwillige] scab3 [persoon/zaak die zwak/klein blijft] poor (undernourished) thing ⇒ 〈kleine persoon ook; informeel〉 squirt, 〈kleine persoon ook; informeel〉 shrimp
См. также в других словарях:
poor thing — someone who deserves pity, animal that deserves pity … English contemporary dictionary
POOR THING — … Useful english dictionary
poor — W1S1 [po: US pur] adj comparative poorer superlative poorest ▬▬▬▬▬▬▬ 1¦(no money)¦ 2¦(not good)¦ 3¦(sympathy)¦ 4¦(not good at something)¦ 5¦(health)¦ 6 poor in something 7 a poor second/third etc … Dictionary of contemporary English
thing — W1S1 [θıŋ] n ▬▬▬▬▬▬▬ 1¦(idea/action/feeling/fact)¦ 2¦(object)¦ 3¦(situation)¦ 4¦(nothing)¦ 5¦(person/animal)¦ 6¦(make a comment)¦ 7 the thing is 8 the last thing somebody wants/expects/needs etc 9 last thing … Dictionary of contemporary English
thing — [ θıŋ ] noun count *** ▸ 1 object/item ▸ 2 action/activity ▸ 3 situation/event ▸ 4 fact/condition ▸ 5 aspect of life ▸ 6 idea/information ▸ 7 something not specific ▸ 8 someone/something young you like ▸ + PHRASES 1. ) an object or ITEM. This… … Usage of the words and phrases in modern English
Thing — (th[i^]ng), n. [AS. [thorn]ing a thing, cause, assembly, judicial assembly; akin to [thorn]ingan to negotiate, [thorn]ingian to reconcile, conciliate, D. ding a thing, OS. thing thing, assembly, judicial assembly, G. ding a thing, formerly also,… … The Collaborative International Dictionary of English
thing — thing1 [thiŋ] n. [ME < OE, council, court, controversy, akin to Ger ding, ON thing (orig. sense, “public assembly,” hence, “subject of discussion, matter, thing”) < IE * tenk , to stretch, period of time < base * ten , to stretch >… … English World dictionary
thing — n. deed event 1) to do a thing (she did a nice thing when she offered to help; to do great things; to do the right thing) 2) a bad; difficult; easy; good; mean; nasty; nice; sensible; strange; stupid; terrible thing; the right; wrong thing 3) a… … Combinatory dictionary
thing — ‘O thou thing!’ says Leontes to his wife Hermione, in Shakespeare’s The Winter’s Tale. He means that she is not worthy to be called a person since he believes, mistakenly, that she has been unfaithful to him. This contemptuous use of ‘thing’,… … A dictionary of epithets and terms of address
thing — /TIN/ noun 1 IDEA/ACTION/FEELING/FACT (C) anything that you can think of as a single item, for example an idea, an action, a feeling, or a fact: The important thing is for us to tell the truth. | What a stupid thing to do. | A horrible thing… … Longman dictionary of contemporary English
thing — noun 1 used instead of the name of an object ADJECTIVE ▪ basic, essential ▪ I need to buy a few basic things like bread and milk. VERB + THING ▪ make ▪ He make … Collocations dictionary